De KLM afdeling Engineering & Maintenance en Motoren, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium en de Koninklijke Luchtmacht leverden bijzondere inspanningen tijdens het ongevallenonderzoek van El Al 1862.

 

KLM: De KLM stelde Boeing 747 simulatoren en instructeurs beschikbaar om reeds een aantal dagen na het ongeval de eerste verkenningen en simulaties in een Boeing 747 simulator te uit te voeren. Het KLM materialen-laboratorium verleende medewerking om diverse materiaaltesten uit te voeren. De afdeling groot onderhoud van de 747 vloot van de KLM stelde grondwerktuigkundigen ter beschikking om de wrakdelen van andere delen te scheiden en stelde in shifts telkens 3 tot 5 grondwerktuigkundigen ter beschikking. De afdeling KLM Flight Safety ondersteunde met personeel en stelde AOM's en andere benodigde boekwerken en manuals ter beschikking. KLM Arbo Services verleende medewerking met een onderzoek naar de werkomstandigheden in hangar 8. De KLM motorafdeling verleende assistentie bij de ontmanteling van  motor nummer 3 in haar werkplaats in januari 1993. De KLM stelde ook ruimte aan het R.I.T. beschikbaar om lichamen te identificeren. Dit gebeurde enkele maanden opnieuw bij het ongeval met de DC-10 van Martinair in Faro Portugal.

NLR: Het Nederlands Lucht & Ruimtevaart Laboratorium bezat veel kennis op het gebied van vliegtuigmaterialen, sterkte van constructies, simulatietechnieken en video-reconstructies. Het NLR heeft ondersteuning geboden gedurende vrijwel de gehele onderzoeksperiode.

KLu: De Koninklijke Luchtmacht ondersteunde het onderzoek door een ornitoloog (vogeldeskundige) ter beschikking te stellen om een eventuele vogelaanvaring (bird-strike) uit te sluiten. Met DNA-onderzoek hielp de Universiteit van Amsterdam.

De geweldige inzet van deze partijen was zeer welkom in het complexe ongevallenonderzoek. Hun bijdrage is misschien niet voor iedereen zichtbaar geweest. Ik vond het belangrijk om deze bijdragen afzonderlijk te vermelden.